Mali Bissimila

Ookal waren we nog geen volle week in Senegal, het einde van de verblijfsvergunning van onze auto begon al in zicht te komen. En het verlangen naar bekende grond onder de voeten in geval van Dagmar maakte het geen opgave om de richting van Malinese grens op te zoeken.
Vanuit Bakel was het slechts een uurtje slalommen over de Senegalese weg naar het grensplaatsje Kidira. Hier gingen we voor het eerst sinds Ceuta zonder ander gezelschap een rondje grens-politie-douane posten bezoeken. Dit was de proef op de som of wij goed genoeg opgelet hadden hoe Christian dan wel Jerommeke dit feest der procedures aanpakten (alhoewel, in Diamma bleek Jerommeke niet de grootste ster). En, met vlag en wimpel geslaagd. Slechts anderhalf uur: ene land uit en andere land in. Dagmar legt een hoeveelheid hielenlikken, geduld en sereniteit aan de dag als nooit tevoren. De beambten zijn duidelijk gecharmeerd. Een aardige dosis Bambara woordjes hier aan toevoegen en succes is gegarandeerd. Ondertussen staat Lars met de grens-hangjongeren te converseren en heeft inmiddels al een stapeltje briefjes met telefoonnummers van potentiele kopers voor auto danwel fietsen uit allerhande landen verzameld.
De eerste stopover is Kayes: de heetste stad van Afrika. De chef van het hotel biedt ons direct een gratis bordje Tikadegue (rijst met pindasaus) aan: Dagmar, alias Djeneba Keita, blijkt directe familie. En de Keita’s zijn dol op pindasaus.
Nadat de ergste hitte is weggetrokken wordt de stad op de fiets aangedaan. Een waslijst aan taakjes wordt weggewerkt: simkaarten kopen, euro’s wisselen (heel gezellig in het plaatselijke casino), boodschappen, en…een martini drinken met uitzicht op de rivier.

IMG_7764

0 reacties: (+add yours?)

Een reactie posten