Na drie weken afwezigheid in Sénadé, Akakpa, Cotonou kom ik zo weer aangevlogen, ietsje later dan gepland, om te landen op de Afrikaanse landingsbaan aan het centrum van Cotonou. Besef me even hoe snel dat kan gaan, ’s ochtends de deur uit lopen in Utrecht en ’s avonds voet aan grond zetten in Benin...dat was wel wat anders op de heenweg...een melancholische glimlach op mijn gezicht, terwijl ik het vliegtuig verlaat en achteraan sluit in de rij voor de douane. Dit keer niet Lars naast me, die volgt een weekje later, maar een van onze Nederlandse vrienden, Hans, die met puur toeval op de stoel naast me in het toch best grote vliegtuig zat...ik weet het meteen weer, zo klein is het wereldje in Cotonou.
Een uurtje later rollen mijn koffer en rugzak de gammele lopende band af en een kilootje of 45 kan ingeladen worden. Mijn collega Lavenir staat vol enthousiasme te wachten: ‘Tu es là?’ Een standaard groet, zoals wij zeggen ‘hoe gaat het?’( waar het antwoord ‘goed’ toch wel echt standaard is), zegt de Beniner: ‘Tu es là?’ (Ben je daar?)...en het antwoord luidt: ‘On est là’. Mocht je hier toch vragen ‘hoe gaat het’?, dan nog krijg je vaak als antwoord ‘On est là’, een soort van ‘het gaat, we redden ons’, of zoals in Mali ook goedgebruikt: ‘Un peu, un peu’(Doni doni in Bambara), het gaat een beetje-beetje. Daar heb ik dan weer een goed antwoord op geleerd van Michiel: ‘non, il faut beaucoup beaucoup!’
De eerste verrassing, Lavenir toont mij onze RAVbak met zowaar een échte Beninse nummerplaat! Langverwacht...en nu dan echt realiteit geworden, geen tijdelijke gele sticker meer, maar een mooie witte plaat, die minder aandacht van rondhangende politie-agenten zal vangen. De tweede verrassing, het huis staat er nog! Slechts wat gele kringen in de witte verf rond de ramen, door binnensijpelend water tijdens heftige regenbuien, maar verder alles tiptop in orde...de plantjes zijn nog groen. Wow, we hebben toch heel wat werk verzet dat ik hier nu echt kan thuiskomen! De volgende verrassingen...terwijl ik mijn bagage plunder komen zowel Juliet (onze schoonmaakster, versus kok, versus autowasser) als Janvier (de beheerder van het gebouw en onze huisvriend) aanwaaien (‘Tu es là?’), beide stralen helemaal van plezier ‘Dagmar est là!’ De koffers uitpakken geeft ook een soort van Sinterklaasgevoel, allerlei verrassingen die ons de Beninse ‘winter’ doorhelpen (de koelkast ligt volgeladen met pindakaas, koffie, stroopwafels en chocolade, Lars neemt de kaas-aanvoer straks voor zijn rekening). We zijn nu dus echte expats geworden, die winkels in Nederland plunderen en ineens ’niet zonder van alles kunnen’, en we zijn echte bewoners van een stekkie in Cotonou geworden...na drie rollercoaster-weken val ik als een blok in slaap, ‘Je suis là’.
Tu est là?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Twitter
Facebook
Flickr
RSS
1 reacties: (+add yours?)
Ahh!Bicycletta, c'est pour moi? Vraiment Vraiment! Dag, mail je gauw even voor een skype-date in de hoop dat mijn stokoude laptop dat trekt! xxxies
Een reactie posten